Mijn eigen openingsdans maken…
Oké, confession time.
Ik ben weddingplanner, ik ben dansdocent én ik maak al járen openingsdansen voor bruidsparen. Dus toen wij gingen trouwen, wist ik één ding zeker: over de openingsdans hoefde ik me echt totaal geen zorgen te maken.
Spoiler… dat liep dus nét even anders.
Normaal gesproken zit ik namelijk aan de andere kant van het verhaal. Dan krijg ik berichtjes als: “Help, we hebben twee linkervoeten.” Of: “We hebben nog nooit gedanst.” En natuurlijk de klassieker: “Kunnen we dit eigenlijk wel?”
Mijn antwoord is altijd hetzelfde: “Komt helemaal goed. We plannen drie trainingen, bouwen het rustig op en voor je het weet staan jullie te stralen op de dansvloer.” Ik heb het letterlijk honderden keren gezegd. Blijkbaar had ik dat advies alleen ook eens aan mezelf moeten geven.
Want waar ik mijn bruidsparen altijd adviseer om lekker op tijd te beginnen, besloten wij een compleet andere strategie uit te proberen: uitstellen. Heel veel uitstellen.
Iedere week zeiden we tegen elkaar: “Volgende week beginnen we.” En de week daarna: “Volgende week dan écht.” Gevolgd door: “Ach joh, we hebben nog tijd.”
Nou… die tijd blijkt dus gewoon keihard door te lopen.
Gelukkig maakte ik me niet zoveel zorgen over mezelf. Als afgestudeerd dansdocent en danseres onthoud ik een choreografie wel. En dansen in een grote jurk op hakken? Ook niet de eerste keer. Maar Ivo…
Laten we zeggen dat choreografieën onthouden niet helemaal zijn superkracht is. 🤣
Begrijp me niet verkeerd: hij heeft ritme, gevoel voor muziek, beweegt makkelijk en kon me zonder problemen liften. Maar zodra er meer dan drie passen achter elkaar kwamen, keek hij me soms aan alsof ik hem ineens een IKEA-handleiding zonder plaatjes had gegeven.
Waar ik dacht: “Leuk! Hier kunnen we nog een draai toevoegen.” Dacht Ivo vooral: “Wacht… waren we niet net nog ergens anders?”
En eerlijk? Dat was misschien nog wel het leukste van alles. Want ineens stond ík aan de andere kant. Ineens begreep ik precies hoe mijn bruidsparen zich voelen. Dat moment waarop je thuis alles nog perfect wist, maar tijdens het oefenen ineens denkt: “Waarom weet ik nu helemaal niks meer?” “Waarom voelt links ineens als rechts?” “Waarom is dansen opeens net hogere wiskunde?” Eén verkeerde stap en de complete formule stort in elkaar.
Of wanneer Ivo zei: “Volgens mij gingen we eerst links.” En ik – als professionele dansdocent – voor de volle honderd procent overtuigd was dat het rechts was. Om vervolgens te ontdekken dat híj gelijk had. Pijnlijk. 😂
Als je het aan Ivo vraagt, was zijn enthousiasme in het begin trouwens ook nét iets minder groot dan dat van mij. Waar ik direct allerlei ideeën had over muziek, sfeer en opbouw, dacht hij vooral: “Moet dat echt? Voor al die mensen?”
Dat snap ik ook wel. Vrijwillig midden op de dansvloer gaan staan terwijl iedereen naar je kijkt, is niet voor iedereen een droomscenario. Hij was niet bang om te dansen, maar vooral bang om het fout te doen, de passen kwijt te raken of halverwege een complete black-out te krijgen. En laten we eerlijk zijn: met een vrouw die dansdocent is, voelt de lat in je eigen hoofd ook niet bepaald lager.
Maar toen gebeurde er iets wat ik eigenlijk helemaal niet had zien aankomen. Hoe vaker we samen oefenden, hoe minder het nog over de choreografie ging. We lachten om de fouten, begonnen gewoon opnieuw en ongemerkt werd het oefenen vooral een gezellig moment samen.
We hadden plezier. We genoten. En voor het eerst kon ik mijn liefde voor dans delen met mijn man.
En als ik achteraf één ding opnieuw heb geleerd ,iets wat ik al jaren tegen mijn bruidsparen zeg, dan is het dit:
Een openingsdans hoeft niet perfect te zijn. Hij hoeft niet ingewikkeld te zijn. Hij hoeft niet Instagram-waardig te zijn. Hij hoeft alleen maar bij júllie te passen.
Want uiteindelijk onthoudt niemand of je een draai een tel te vroeg maakte. Mensen onthouden hoe jullie naar elkaar keken, hoeveel plezier jullie hadden en hoe zichtbaar verliefd jullie waren. En gelukkig was daar meer dan genoeg van aanwezig. ❤️
Al weet ik nog steeds niet helemaal zeker of Ivo alle passen uit zijn hoofd kent… Maar gelukkig hoeven we de dans alleen nog maar in de woonkamer te doen. Gewoon voor de lol. En misschien vind ik dát nog wel het mooiste. Want waar hij in het begin vooral dacht: “Hoe kom ik hier zo goed mogelijk doorheen?” zei hij na afloop: “Eigenlijk was dit best leuk.”
Dat is misschien wel het mooiste compliment dat onze openingsdans had kunnen krijgen.
